nieuwenoten.nl

 

Verschenen 2 januari 2019


Het boek ‘Francis Poulenc en de wereld van Paul Éluard’ kwam eind 2017 uit, maar is zo bijzonder dat we er hier toch nog aandacht aan geven. Want een mooiere vorm, dan die Et’cetera Records en Amsterdam University Press eraan hebben gegeven, is moeilijk denkbaar. Bij zowel Éluard als Poulenc bereikten de kustuitingen schilderkunst, poëzie en muziek een prachtige synthese die hier volledig tot zijn recht komt.

De dichter Paul Éluard en de componist Francis Poulenc waren sinds 1919 zeer goede vrienden en speelden beide een grote rol binnen het kunstenaarsmilieu van Parijs in de jaren ´20. De tijd van het surrealisme, dat met name een grote rol speelde binnen de gedichten van Éluard. Vanaf 1935 zou Poulenc een groot aantal van die gedichten, meer dan van enige andere dichter, verwerken tot liederen, 34 voor stem en piano en 3 voor koor. Voorwaar geen gemakkelijke opgave, want de gedichten van Éluard staan bekend als zeer hermetisch en ontoegankelijk. Het draait dan ook meer om sfeer dan om betekenis, waar Poulenc echter goed raad mee wist.
Naast dichter was Éluard een groot verzamelaar van kunst en veel gedichten zijn dan ook geïnspireerd door zijn omvangrijke kunstverzameling, zo lezen we in een interessant inleidend essay in het boek (met de tekst in het Nederlands, Frans en Engels). Die liefde culmineert in het boek ‘Voir’, waarin Éluard reproducties van schilderijen uit zijn verzameling opnam. Daarbij zocht hij gedichten die hij eerder in zijn leven had geschreven en die paste bij datgene wat hij over wilde brengen. In een aantal gevallen schreef hij echter ook nieuwe gedichten. Dit boek vormde vervolgens weer het uitgangspunt voor de liederen van Poulenc die hij samenbracht onder de titel ‘La travail de peintre’, waar Pablo Picasso weer het omslag van de partituur voor maakte.
Terecht komt in het essay op dit ‘Voir’ en de liederen die Poulenc erop baseerde, het zwaartepunt te liggen. Hierin komen de drie kunsten immers op briljante wijze samen. We vinden hier dan ook foto’s van het boek ‘Voir’ en de schilderijen die Éluard inspireerde naast teksten met vertaling van alle 34 liederen, dus niet alleen de liederen die Poulenc op ‘Voir’ baseerde. Tenslotte is er een Cd bijgevoegd met een prachtige uitvoering van al deze liederen. Zie hier: een voorbeeldige uitgave.
Het werk van Éluard en Poulenc is vooral bijzonder omdat het zo veel verder gaat dan het geven van commentaar op het werk van een collega. Neem de cyclus van negen liederen die Poulenc schreef in 1937 en die de titel ‘Tel jour telle nuit’ mee kreeg. De taal van Éluard staat hier duidelijk centraal en de pianomuziek wordt er door Poulenc als het ware omheen gedrapeerd. De stemming die hij in het vocale weergeeft, wordt door de piano bekrachtigt. Daarbij blijft Poulenc dicht bij de klank van spreektaal en zinnen worden niet herhaald. Tegelijkertijd gaat het bij de componist niet zo zeer om de betekenis van de woorden in de gedichten, maar om de sfeer die Éluard in zijn gedichten verpakt. Een mooie illustratie wordt gevormd door de twee liederen die samen ‘Miroirs brûlants’ vormen en die beiden een totaal andere sfeer weergeven. De eerste ‘Je vois le feu du soir’ ademt landelijkheid en melancholie; de tweede, ‘Je nommerai ton front’ aardsheid en heftigheid. Bijzonder is verder dat de liederen vrijwel allemaal zeer kort zijn, het merendeel duurt nog geen twee minuten. Impressies, met andere woorden.
Met deze liederen maken we ook een reis door het oeuvre van Poulenc. De eerste cyclus: ‘Cinq poèmes de Paul Éluard’  schreef hij in 1935,  het eerder genoemde ‘Tel jour telle nuit’ stamt uit 1937, de cyclus ‘La Fraîcheur et le Feu’ uit 1950 en ‘La travail du peintre’ dat hierboven ook al ter sprake kwam, stamt uit 1956, vier jaar na de dood van Éluard. Tussendoor schreef Poulenc nog een aantal op zichzelf staande liederen. Ze allemaal beluisterend kunnen we stellen dat Poulenc steeds beter de sfeer in de gedichten van Éluard blijkt te treffen, iets wat natuurlijk onlosmakelijk verbonden is met zijn eigen ontwikkeling als componist. De compositie ‘La Fraîcheur et le Feu’, gebaseerd op de cyclus ‘Vue donne vie’ die Éluard schreef tijdens de tweede wereldoorlog, is dan ook één van de hoogtepunten in Poulencs oeuvre en getuigt van een groot inlevend vermogen. Maar het verst gaat Poulenc in ‘La travail du peintre’. Zo portretteert hij Picasso. Over zijn manier van werken zegt hij zelf: “Let op het vocale blanco, tegen het eind, voor de frase ‘renonce’ die, in mijn opvatting, het gebiedende karakter van Picasso’s schilderkunst benadrukt.” In ‘Marc Chagall’ krijgen we een geheel andere sfeer, middels een walsje schetst Poulenc de lichte en ietwat volkse sfeer die veel van Chagall’s werk kenmerkt. In ‘Juan Gris’ verklankt hij het stilleven en tilt het boven de alledaagse werkelijkheid uit.
De uitvoering van deze liederen is bij bariton Jasper Schweppe, die samen met Maaike Koffeman ook zorg droeg voor de Nederlandse vertaling van de liederen, en pianist Arthur Schoonderwoerd in zeer goede handen. Schweppe beheerst het idioom van Poulenc en ‘Eluard tot in de kleinste details. Kortom, een niet te missen uitgave voor een ieder die geïnteresseerd is in de liedkunst.

De Liedvriend november 2018

De bariton Jasper Schweppe vatte het plan op om alle liederen die Poulenc schreef op teksten van Éluard op te nemen. Poulenc componeerde niet alleen enkele koorwerken op gedichten van Éluard waaronder het geliefde Figure Humain maar ook nog 34 liederen op diens teksten. Schweppe nam de liederen op met pianist Arthur Schoonderwoerd, maar niet na eerst grondig onderzoek te hebben gedaan. Immers, Éluard schrijft in beelden die niet altijd op een begrijpelijke manier zijn te verwoorden. De muziek van Poulenc, ook niet altijd makkelijk, helpt echter wel om richting te geven aan de betekenis van de tekst. Zij kregen hulp van drie specialisten: literatuurspecialiste Maaike Koffeman, kunsthistoricus Tessel M. Bauduin en componist/dichter Micha Hamel.
Onder eindredactie van Koffeman schreef dit drietal een uitvoerige toelichting op de cd of beter gezegd een boek van 123 pagina’s plus een cd. De meeste aandacht gaat daarin uit naar de cyclus Le Travail du Peintre vanwege de bijzondere interactie tussen poëzie,  muziek en schilderkunst.
Alle liederen worden apart behandeld met aandacht voor de schilderijen die bij de gedichten horen.
Het is knap hoe de schrijvers de verbindingen laten zien en toch iedere kunstvorm zijn zelfstandigheid laat behouden. Ze maken duidelijk dat het geheel meer is dan de som der delen. Het boek is in het Nederlands, Frans en Engels geschreven en voorzien van passende illustraties.
Achterin staan alle Franse liedteksten met Nederlandse en Engelse vertaling.

Jasper Schweppe zingt de liederen op de cd met verve. Het is over het algemeen geen luchtig repertoire en de soms stevige aanpak van Schweppe past hier goed bij. Duidelijk is het tekstbesef (en zou ik hier ook moeten spreken van visueel besef) te horen bij de zanger en pianist.
Arthur Schoonderwoerd geeft alle ruimte aan de krachtige en romantische gevoelens van Poulenc.
Op de cd staan ook nog vier nocturnes van Poulenc voor piano solo, waarmee de grote cicli omlijst worden. Het zijn mooie lyrische rustmomenten te midden van zoveel aangrijpende muziek.
Voor wie zich bezighoudt met de Éluard liederen van Poulenc is dit boek met cd beslist aan te bevelen.

Luister nummer oktober-november 2018

Francis Poulenc begon in zijn Journal de mes mélodies met de constatering dat het beter zou zijn als pedagogen zangers zouden aanleren de poëzie te bestuderen voordat ze met de vertolking daarvan zouden beginnen. In het boek waarin de cd is bijgesloten omarmt ‘ musicoloog’ Jasper Schweppe deze constatering, speciaal waar het de surrealistische poëzie van Paul Éluard betreft. Sterker nog, het is feitelijk het vertrekpunt geweest in zijn fascinerende Poulenc-Éluard-project. Ik spreek van project, omdat deze bijna iconische groot fromaat publicatie zelfs de mooiste mediabook cd-uitgaven van een Bartoli of Kaufmann achter zich laat. Het is echt een juweel, bijna een kunstenaarsboek, met schitterende afbeeldingen van de schilderijen die in bepaalde cycli voorkomen. Chique vormgegeven en wetenschappelijk onderbouwd is de tekst toegankelijk en meeslepend opgeschreven. Het is zo’n project waar Schweppe duidelijk jaren met passie en toewijding aan heeft gewerkt. De bescheidenheid, er staat welgeteld een klein zwartwit plaatje van de auteur vertolker Schweppe in het boek, siert hem. Zoals te verwachten komt Schweppe in de uitvoeringen beslagen ten ijs inzake tempi en modulaties, al zou je de musicoloog en liefhebber in hem eigenlijk een bariton van het kaliber Ludovic Tézier of Stéphane Degoet wensen. Pianist Arthur Schoonderwoerd toont zich een subtiel begeleider.

musicalfeiten.nl

Wanneer op mijn grafzerk/tombe de tekst “Ci-gît Francis Poulenc, le musicien d’Apollinaire et d’Eluard” komt te staan, beschouw ik dat als een eretitel, zie Poulenc ooit.Het lijkt misschien alsof Poulenc zijn liederen zo uit zijn mouw schudde, maar net als de melodieus van zijn grote voorganger Fauré, werkte hij hard aan een verfijnde dialoog tussen woord en muziek. De liederen zijn afwisselend speels en ernstig en zoals vaak bij Poulenc muziek lijkt de deur van de nachtclub niet ver verwijderd van die van de kerktrap. Zijn grote affiniteit met de gedichten van Paul Éluard blijkt uit strofe na strofe.Met als hoogtepunt de Cinq poèmes de Paul Éluard horen we in de hartstochtelijke intensiteit vanaf ‘Tel jour, telle nuit’ dankzij Jasper Schweppe, die Nicolai Gedda (op Warner 7243-566.849-2) dicht benadert, precies wat de bedoeling is. Arthur Schoonderwoerd toont zich een toegewijde begeleider. Als solist treft hij evenzeer in de als tussenspelen opgenomen Nocturnes.

opusklassiek.nl

Soms is de informatie over de muziek op een cd zo omvangrijk en zo interessant dat het cd-boekje daarvoor veel te klein is. Voor dat probleem bestaat een oplossing: geen boek in een cd, maar een cd in een boek. Er zijn reeds vele voorbeelden van dergelijke schitterende boeken, zoals onder andere de thematische cd-projecten van Jordi Savall. Ook de relatie tussen Francis Poulenc en de Franse dichter Paul Éluard leent zich er uitstekend voor. Poulenc had een fijne neus voor poëzie en laafde zich graag aan de gedichten van zijn land- en tijdgenoten Apollinaire, Radiguet, Desnos en Jacob. Ook oudere dichters als Pierre de Ronsard en Charles d'Orléans hadden zijn warme interesse, met grote gevolgen voor Poulencs muziek.Het alternatieve GesamtkunstwerkNadat Poulenc eens een opera van Wagner integraal had beluisterd, schijnt hij te hebben gezegd: ‘dan nu ter verfrissing een sonate van Mozart'. Poulenc was inderdaad absoluut geen man van grootspraak en daarentegen juist een meester van kleine vormen, iets wat hem echter bepaald niet weerhield van duidelijke uitspraken en een stijl met een onmiskenbaar eigen karakter. Maar ondanks dat fraaie bon mot had Poulenc ook veel met Wagner gemeen. Beiden hielden van gelaagde of liever meerduidige muziek en van muziekstukken waarin meerdere kunsten samenkomen. Poulenc hield van de dubbele bodem en kon met eenvoudige mededelingen ingewikkelde en diepzinnige dingen zeggen. Zijn brede belangstelling betrof vele kunsten. Hij volgde niet alleen hartstochtelijk de dichters, maar ook beeldend kunstenaars, van wie hij vele (en niet de minste) persoonlijk kende. Hij was enerzijds bescheiden (Stravinsky vond hij een veel groter componist dan zichzelf), maar kende ook zijn plaats en betekenis: iemand die een brug wist te slaan tussen moderniteit en traditionalisme, tussen een religieuze en een seculiere stijl en tussen een meer ernstig klassiek en een meer populair chanson-achtig idioom. Weinig of geen andere twintigste-eeuwse componisten kunnen hem dat nazeggen, zeker niet op zijn niveau. Iemand met zo'n open geest is de aangewezen figuur voor dit boek. Het hoofdstuk over Éluard, geschreven door de romaniste Maaike Koffeman die ook met Schweppe de gezongen teksten in het Nederlands vertaalde, geeft een goed beeld van zijn belangrijkste ideeën, hoe die zich ontwikkelden, hoe externe factoren hem beïnvloedden en hoe hij daarop reageerde. Poulencs zevendelige liederencvclus Le travail du peintre waarin elk deel is gewijd aan een bevriend beeldend kunstenaar, is aanleiding voor kunsthistorica Tessel Bauduin voor korte portretten van de zeven heren, vooral in hun relatie tot Poulenc (te weten Picasso, Chagall, Braque, Gris, Klee, Miro, Villon; van al deze lieden had Poulenc werk in huis). Wellicht omdat bij de samenstellers van boek plus cd het helaas vaak juiste idee leeft dat muziekliefhebbers geïnteresseerd zijn in muziek en lang niet altijd zo gefascineerd door andere kunsten, is het deel over de liederen, geschreven door Micha Hamel, aanzienlijk korter, maar wel zeer to the point. Als componist weet Hamel dat uitgangspunten even belangrijk zijn als realisaties, wat als voordeel heeft dat hij goede verbindingen legt tussen idee en techniek.De muziekDe uitstekende toelichtingen, verluchtigd met prachtige illustraties en afgedrukt in drie talen, staan op hetzelfde niveau als de uitstekende uitvoeringen. Jasper Schweppe, nu vooral actief als lid van het Nederlands Ka merkoor, begrijpt het Franse lied zeer goed (hij won er in 1999 een prijs mee), vooral de schijnbaar achteloze versmelting van ernst en humor, van het formele met het informele, het vermogen belangrijke dingen met weinig woorden te zeggen en om hoorbaar te maken waarom Poulenc zo van Mozart hield: twee klassieke componisten die tegelijk simpel, direct, krachtig, geestig en diepzinnig zijn. Schweppe en pianist zijn in staat Poulencs intrigerende persoonlijke mix van moderniteit en traditie hoorbaar te maken, vandaar dat het prettig is dat Schoonderwoerd ook enkele stukken voor pianosolo uitvoert, op een wijze waarin niets is te merken van de speelmanieren die hem op eerdere cd's binden met andere vertolkers uit ‘het authentieke kamp'. Schweppe komt ook uit een kamp, namelijk dat van Souzay, Bernac en Kruysen, maar bij hem ontbreekt de nadrukkelijke hang naar gewichtigheid en theater die men soms hoort bij zijn voorgangers. Gelukkig bevat de cd naast vaste nummers als Tel jour telle nuit, de Cinq poèmes de Paul Éluard en Le travail du peintre ook nauwelijks bekende liederen die met dezelfde toewijding en overtuigingskracht worden uitgevoerd.

www.opernwelt.de

Kunst der Andeutung

Jasper Schweppe singt Francis Poulencs Lieder auf Texte von Paul Éluard

Wenn man auf meinen Grabstein schriebe Hier ruht Francis Poulenc, der Musiker von Apollinaire und Éluard, so wäre das wohl mein schönster Ehrentitel», hat Poulenc einmal geäußert. Fast die Hälfte seiner 150 Lieder benutzt Texte der beiden großen Lyriker Guillaume Apollinaire (1880-1918) und Paul Éluard (1895-1952). Die Verbindung zwischen Wort und Ton ist dabei so vollkommen, dass man nicht mehr weiß, «ob das Gedicht für die mélodie geschrieben wurde oder die mélodie für das Gedicht» (Henri Hell).

Dabei trat Éluard, der surrealistische Troubadour der Liebe und der Freiheit, erst spät ins kompositorische Bewusstsein Poulencs. 34 seiner Gedichte hat er schließlich vertont, darunter so bedeutende Zyklen wie «Tel jour, telle nuit», «La Fraîcheur et le feu» und «Le travail du peintre».

Der Bariton Jasper Schweppe, Mitglied des Nederlands Kamerkoor und als Solist von der Gregorianik bis zur Postmoderne unterwegs, hat sie jetzt, begleitet von dem vorzüglichen Pianisten Arthur Schoonderwoerd, für das niederländische Label Et’Cetera aufgenommen. Er singt sie, ganz im Geist des von Poulenc bevorzugten Baritons Pierre Bernac, mit trockener Zurückhaltung, nüchtern und leicht im Ton, aber präzise und genau im Wortausdruck. Das Melos folgt stets der Prosodie der Sprache und der Artikulation der Vokale und Konsonanten, wie sie für das französische Lied so charakteristisch ist. Auf diese Weise wird deutlich, mit welcher Ernsthaftigkeit die scheinbar leicht, ja absichtslos dahingeworfen wirkenden Miniaturen komponiert sind. Schweppe beherrscht diese Kunst der Andeutung meisterhaft, kann aber, wenn nötig wie im ersten, Picasso gewidmeten Lied von «Le travail du peintre», auch zum Pathos greifen.

Dass man diese Lieder auch ganz anders, aktiver, selbstbewusster singen, ihr kontrastives Fluktuieren zwischen meditativ-melancholischen und belebten Stimmungen schärfer ausreizen und dabei doch aufs Genaueste den Autorwillen reflektieren kann, hat vor Jahren Holger Falk in seiner vorzüglichen Aufnahme bewiesen, die noch immer die erste Wahl bleibt («Mélodies sur des poèmes de Paul Éluard, MDG 603 1776-2). Schweppes Neuaufnahme ist Bestandteil eines veritablen Buchs, das sich mit Essays der Literaturwissenschaftlerin Maaike Koffman, der Kunsthistorikerin Tessel M. Bauduin und des Komponisten Micha Hamel auch interdisziplinär mit der Intermedialität von Text, Musik und Malerei im Œuvre Poulencs auseinandersetzt – ein nicht zu unterschätzendes Plus für das Verständnis der hierzulande noch immer sträflich unterschätzten Kunst des letzten großen französischen Liedmeisters.

Sonograma.org

 

Francis Poulenc et le monde de Paul Éluard, un llançament esplèndid de la discogràfica Et’cetera, és un llibre-disc que s’emmarca en la música i les arts, veure i escoltar.

Es tracta d’un volum preciós on hi podem trobar música, sens dubte, il·lustracions, fotografies i reproduccions d’art pictòric com dibuixos i portades de llibres que fan referència a la relació entre Francis Poulenc i Paul Éluard, i tot el seu entorn artístic parisenc. Era el moment en que els joves compositors, poetes i pintors van aconseguir transmetre que, efectivament, l’art és una profunda necessitat humana.

Les associacions d’imatges, majoritàriament enigmàtiques, una de les característiques dels poemes d’Eluard i algunes partitures de Poulenc, resten articulades per una llibertat d’expressió que va unida de manera immutable a l’art.

Picasso, Chagall, Braque, Gris, Klee, Miró i Villon són els títols de les partitures agrupades a Le travail du peintre. En aquesta joia artística, també hi podem escoltar peces per a piano sol, com ara els quatre nocturns, Nocturne I, Nocturne IV, Nocturne VII, Nocturne VIII i els diferents cicles de cançons de Paul Eluard amb la música de Francis Poulenc.

El baríton Jasper Schweppe presenta aquest espectacular treball artístic amb un article introductori escrit per Maaike Koffeman, Tessel M. Baudin i Micha Hamel i trenta-set peces curtes, algunes amb la veu del mateix Schweppe acompanyat al piano per Arthur Schoonderwoerd i, com ja hem dit abans, també algunes obres per a piano sol.

Eluard, una de les figures centrals del moviment surrealista, aportà imaginació i perfecció amb la seva expressió literària. Poulenc, que formà part del famós grup de compositors francesos «Els Sis», excel·lia en l’art de compondre melodies.

La veu meravellosa del baríton Jasper Schweppe expressa tendresa i intimitat i el pianista Arthur Schoonderwoerd crea una sorprenent claredat de la textura harmònica plena de ressonàncies.

Un llibre-disc fascinant on la interacció entre la poesia, la música i la pintura és fonamental per comprendre l’art del segle XX.

Text: Marçal Borotau

Télérama.fr

 

Les poésies d’Eluard et les mélodies de Poulenc : une trame aérienne pour un livre-disque grisant.

« Si l’on mettait sur ma tombe “Ci-gît Francis Poulenc, le musicien d’Apollinaire et d’Eluard”, il me semble que ce serait mon plus beau titre de gloire », écrivait Poulenc. De la vive amitié qui le lie au poète surréaliste Paul Eluard naîtront, entre 1935 et 1958, trente-quatre mélodies, dont le baryton Jasper Schweppe et le pianiste Arthur Schoonderwoerd nous livrent ici l’intégralité. Habités par d’enivrantes associations d’images et d’idées, les poèmes sont sublimes, et la musique épouse souplement leur rythmique, leurs méandres, leur déconcertante fluidité.

Fin connaisseur de ce répertoire, Jasper Schweppe y est plus qu’à son aise, et l’on admire le soin qu’il apporte au phrasé comme à la clarté de son français chanté. En Arthur Schoonderwoerd, il trouve un complice idéal, du cycle onirique Tel jour, telle nuit jusque dans les chefs-d’œuvre tardifs que sont La Fraîcheur et le Feu, poème découpé en sept épisodes d’une beauté frémissante, et Le Travail du peintre, où Eluard brosse en mots choisis le portrait d’amis peintres (Picasso en tête), la musique de Poulenc complétant le tableau. Le CD est assorti d’un livre trilingue, où l’on trouve les textes des poèmes et leur mise en perspective, judicieusement confiée à une spécialiste de littérature française, une historienne de l’art et un compositeur.

| Francis Poulenc et le monde de Paul Eluard, un livre-disque Et’cetera 3F.

 

Sophie Bourdais

Platomania.nl

Waardering: 8,5

 

Francis Poulenc (1899-1963) ergert zich aan de manier hoe Mélodies worden vertolkt. Veelal zingt de uitvoerende op diens gevoel. Poulenc adviseert muziekleraren om de zanger eerst het gedicht te laten bestuderen en dan pas het lied in te studeren. Jasper Schweppe heeft deze aanwijzing ter harte genomen. Hij heeft alle 34 liederen die Poulenc op gedichten van zijn tijdgenoot Paul Éluard (pseudoniem van Eugène Émile Paul Grindel, 1895-1952, een van de bekendse Franse surrealisten) schreef, minutieus bestudeerd. Het resultaat is een geweldig album en prachtig boek waarin de wereld van Paul Éluard en de schilderkunst uitstekend word verwoord. Uiteindelijk is dit een interactie geworden tussen muziek, poëzie en schilderkunst. Het boek bevat alle teksten in het Frans met een uitstekende Nederlandse vertaling. Bijzonder is Le travail du peintre waarin zeven schilders zoals Picassso, Klee en Miró een rol in spelen

Email: schweppe@me.com

Telefoon: 06 51160936

  • w-facebook